De bevrijding verteld door Ab Meijerink, Coevordenaar van "over de brug"

Plotseling op 5 April 1945 klonk de jubel. Ze zijn er! Ze zijn er!

Canadese soldaten

Ter oriëntatie: als je in 1945 of daarvoor in de Eendrachtstraat, de Goeman Borgesiusstraat, de Batavierstraat, de Gramsbergerstraat of in de zogenaamde witte huizen van de aardappelmeelfabriek woonde, werd je door de overige bevolking van Coevorden geacht te behoren tot de bewoners “van over de brug”. “Over de brug” wilde zeggen: het oostelijk deel van Coevorden, een volksbuurt, waar overwegend hardwerkende arbeidersfamilies woonden.

Je kon in die dagen de buurt alleen maar bereiken via de Bentheimerbrug, die in feite de enige verbinding vormde tussen de stad en Coevorden-oost. Vanaf de stad gezien bevond zich links de brugwachterswoning, waarin Lau v.d. Heide met zijn gezin woonde. Dan kreeg je de sigarenwinkel van Van Leeuwen, de kapperszaak van Kieft en aan het begin van de Eendrachtstraat de Coöp Kruidenierswinkel, waar Dirk Meijering de chef was.

Tegenover de Coöp had Frans Hubert zijn slagerij, terwijl op de hoek van de Gramsbergerstraat en Goeman Borgesiusstraat Bats Wessel zijn kruidenierswinkeltje dreef. Rechts naast de brug stond toen ook al de imposante zaak van Hommo Koster.

Mijn ouderlijk- en tevens geboortehuis bevond zich, vanaf de brug gezien, links achteraan de Eendrachtstraat als tweede in een rij van zes, onder huisnummer 65. Schuin tegenover ons woonde mijn zuster met man en kinderen op nummer 52. Hun huis was later gebouwd en was voorzien van een behoorlijke kelder, in tegenstelling tot onze woning waarin zich nog bedsteden, maar geen kelder bevond.
Als je vanaf de Bentheimerbrug in oostelijke richting ging, kwam je via de Eendrachtstraat langs het Nederlandse douane-kantoor en via de Koninklijke Marechausseekazerne op de Esschenbruggerdijk en doorgaand langs de grensovergang, in de Duitse Graafschap terecht. Vanaf die richting waren we vijf jaar geleden door de Duitse troepen overvallen en bezet.

Vijf jaren die hun sporen hadden achtergelaten, ook op de Coevorder bevolking, die in bange hoop uitzag naar de bevrijding.

Onrustig

We schrijven donderdag 5 april 1945. Het is al enkele dagen onrustig in de stad en de omgeving. De Engelsen hebben de overhand in de lucht op de Duitsers heroverd en bestoken met hun jachtvliegtuigen vrijwel alles wat zich maar onder hen beweegt. Duitse voertuigen worden kapot geschoten en spoorlijnen afgezocht naar de nog maar schaars rijdende goederentreinen. Op 3 April stopt er een Duitse vrachtwagen voor ons huis aan de Eendrachtstraat. Meteen horen we vliegtuigen in duikvlucht naar beneden gieren en het schieten van boordwapens. Mijn ouders duiken in een hoek in de keuken, terwijl mijn broer het bij ons wonende evacueetje, afkomstig uit Zuilen bij Utrecht, onder de bedstee van de ouwelui schuift, waar hij tenminste nog enige beschutting van het dikke dekenpakket heeft.We zitten met elkaar in doodsangst te wachten op een volgende beschieting, maar na de eerste duikvlucht hebben de jagers even tijd nodig voor een volgende aanval. In die tijd springen de bestuurder en de bijrijder vanuit de gang tussen de huizen, snel weer als de bliksem weer in de wagen en rijden met het vehikel als de weerlicht naar de Esschenbruggerdijk, waar wat meer bomen staan, die hen aan het gezicht van de jagers onttrekken.

Opgelucht

We halen opgelucht adem. Ons mankeert niets en we hebben toch, ondanks alles, ook nog wel respect voor die beide Duitsers, die ons verder onheil bespaarden. Maar nu zijn ze nerveus aan het worden. Vandaag donderdag 5 April, moet je ze niet teveel voor de voeten lopen, want je loopt zo de kans meegenomen te worden om schutgaten te graven.Ik loop even na de middag even naar de overkant, nummer 52, en we overleggen of we de ouwelui eventueel bij mijn zus in de kelder laten schuilen, als de toestand dat noodzakelijk maakt. Ik ga weer terug en zie, dat er bij ons op nummer 65 twee Duitsers in het portaal achter de voordeur staan. Moeder heeft blijkbaar tegen haar gewoonte in de deur niet op slot gedaan, waardoor de beide soldaten het portaal als uitgangspunt hebben gekozen.De jongste heeft een zogenaamde pantservuist, een gevreesd tankafweerwapen, op zijn schouder. De oudere, een SS-er en onderofficier, geeft hem het bevel te wachten met vuren, totdat hij het bevel daarvoor krijgt. Het jonge ventje, misschien een jaar of zeventien oud, knikt van ja en kruipt weg achter de deurpost. Ik krijg van de SS-er de “raad” maar gauw te maken dat ik weg kom, want “die Tommies sind bald da”. Ik ren achter het huis om naar binnen en leg mijn ouders en broer de situatie uit. We pakken wat zaken bij elkaar en gaat achteruit, de gang tussen de huizen door naar de overkant, naar nummer 52. Allen verschuilen zich in de kelder, waar aan de buitenkant voor het kelderraam enkele zakken, gevuld met zand, zijn gestapeld. Ik wil op de hoogte blijven van de situatie en ga langs de achtertuin “de Goeman” in, waar ik op de hoek van de woning van de familie Scholte ter Horst nog enkele kennissen zie staan, waaronder mijn vriend Rieks Croezen. We kijken de Esschenbruggerdijk in en menen in de verte wat licht geschut te horen, maar zien eigenlijk nog niets. Dan wordt het schieten duidelijker hoorbaar en zien we Duitsers langs de Esschenbruggerdijk achter de bomen wegduiken. We blijven nog even staan, maar het wordt ons te link en ik besluit met Rieks in de kelder bij de familie Supheert in de Goeman nummer 62 dekking te zoeken.

Granaten

Op dat moment zien we enkele zogenaamde bren-carriers tussen de bomen naderen en begint het schieten in alle hevigheid. Ook horen we het huilende geluid van over ons heen gaande granaten, kennelijk afgeschoten door de eveneens naderende tankeenheden. Amper zit ik in de kelder of er klinkt een geluid of de wereld vergaat. De Bentheimerbrug vliegt de lucht in. Dynamiet onder en zes vliegtuigbommen boven op de brug vernielen de brug voor de tweede keer binnen vijf jaar.Even is het rustig, maar dan horen we lawaai, dat uit onze straat schijnt te komen. Rieks Croezen wil uit de kelder achter de huizen langs bij Scholte ter Horst op het hoekje proberen te kijken wat er loos is, maar ik kruip op mijn buik door de gang naar de voordeur en doe die een klein eindje open. Ik zie tot mijn verbazing militairen met stenguns vuurklaar van gang naar gang springen in de Goeman, die nog leeg is, daar iedereen nog in dekking is.Rieks komt binnen gerend en schreeuwt: “Ze zijn er! …..Ze zijn er!” ....

The Lake Superior Regiment

Het blijken Canadese troepen van “The Lake Superior Regiment” te zijn, een tankbrigade die onder commando van Major Calqhoun bezig is op te rukken naar de stad, maar tijdelijk wordt opgehouden door de vernielde Bentheimerbrug. We rennen de straat op en maken de bevrijders duidelijk, dat er geen Duitsers in de straat te vinden zijn. Ze begrijpen ons niet, of willen ons niet begrijpen, want ze blijven zeer consequent de huizen en omgeving zoeken naar eventuele vijanden. De straat is nu vol juichende en ook van blijdschap huilende mensen, die de Canadezen om de hals vallen.Ik neem eerst een kijkje op Eendrachtstraat 52 en zie, dat allen in goede welstand zijn. Dan loop ik richting douanekantoor. Daar staat een brandende bren-carrier, waarin zich de reeds halfverkoolde lijken van twee inzittenden bevinden. Deze jongens, Brampton en Cliff, zijn gesneuveld door een voltreffer. Een pantservuist, afgevuurd vanuit de bosjes naast het huis van Gossen aan het eind van de Eendrachtstraat, heeft een eind gemaakt aan het leven van deze twee jonge Canadezen. De scherpschutter heeft zijn daad met de dood moeten bekopen. Hij ligt, met nog een gedode Duitser, naast het houten rijwielherstelwerkplaatsje van Gerrit Gossen. Ik meen in de jonge Duitser dezelfde te herkennen, die bij ons op nummer 65 in het portaal heeft gestaan, maar zeker weet ik het niet.

In brand

Naast de boerderij van Nevels liggen ook nog twee gesneuvelde Duitse soldaten. Enkele boerderijen langs de Esschenbruggerdijk staan in brand. Hier lagen Duitse militairen in mitrailleurstellingen de Canadese aanval op Coevorden af te wachten.Ik kom Koert Bazuin tegen, die met een collega van “Emmelkamp”, waar hij morgenschicht (ochtendploeg) had op de aardappelmeelfabriek, tussen de oprukkende carriers is terecht gekomen. Hij heeft de Canadezen uitgelegd, dat ze “Dutchmen” waren en ze zijn beiden met de fiets aan de hand achter de bevrijders richting Coevorden gegaan. Zij hebben gezien, dat de eerste zware tanks, ongeveer bij de grenssteen op de Esschenbruggerdijk, met een welgericht schot de Duitse wachtpost op de trans van de Nederlands Hervormde Kerk heeft weggeschoten, wat aan drie Duitsers het leven heeft gekost. Hij is er nog ondersteboven van. Een wonder dat de toren er nog staat. Achteraf hebben Koert en zijn maat geluk gehad niet te zijn geraakt door het afweervuur van de Duitse mitrailleurs, maar ze zijn toch zonder kleerscheuren heelhuids thuis gekomen.Ik loop even langs mijn ouderlijk huis op nummer 65 en hoor tot mijn verbazing onze kanarie in een heen en weer zwaaiend kooitje het hoogste lied zingen. Of het van vreugde is om de bevrijding, of dat het van schrik van de heen en weer zwaaiende gordijnen in het glasloze raam komt, ik zal het nooit weten. Maar dit tafereel zal ik mijn leven lang niet vergeten. Achteraf blijkt, dat mijn moeder in de drukte van het onverwachte vluchten naar de overkant het vogeltje vergeten heeft mee te nemen.

Fiets

Achter Eendrachtstraat 57 staat bij het schuurtje een in prima staat verkerende fiets. De “eigenaar”, een Duitse militair, heeft op de vlucht het karretje achtergelaten. De bewoner van nummer 57 zegt terwijl hij de fiets in zijn schuur opbergt: ”Komt mooi uit, ze hebben mijn fiets (met houten velgen) net vorige week afgepakt. Ik heb er nu een betere voor terug”.

 

Tank bij het douanekantoor

Tank

Bij het douanekantoor staat intussen een zware tank. De commandant is er op attent gemaakt, dat er bij de scheepswerf van Bouman aan het Stieltjeskanaal nog een Duitse mitrailleurstelling moet zitten. De tank rijdt over de Schoonebeekerweg (nu Nordhornerstraat) naar de brug over het Picardiekanaal, bij ons bekend als de “brug van Piet Gossen”, genoemd naar de brugwachter in die tijd. Deze brug is ook vernield. De tank stopt en op commando van de bevelvoerende officier mikt men een paar granaten boven in de scheepswerf. Op de avond van deze voor mij onvergetelijke 5e april, als het rustig is geworden wat gevechtshandelingen betreft, zie ik in vele huizen de bevrijders en de bewoners van “over de brug” pogen zich met elkaar te “verstaan”. Dit lukt wonderwel. De Canadezen geven gul chocolade en biscuits aan de bevolking. De mannen krijgen, na vijf jaar Consi en ander spul te hebben gerookt, eindelijk de kans om de rook van een Camel of een Player te inhaleren. Ze wanen zich in de zevende hemel. Het doet mij als niet-roker niets. Ik heb mijn sigarettenbonnen altijd verruild voor wat meer eetbaars. Op hun beurt worden de Canadezen getrakteerd op angstvallig bewaarde restjes sterke drank of eigengemaakte advokaat, wat ze overigens best lekker schijnen te vinden. De meisjes zijn helemaal door het dolle en er wordt hier en daar ook al stevig gevrijd. Taferelen die de moeders met gemengde gevoelens aanschouwen, maar ze toch maar gedogen. Ergens anders worden eieren voor de Canadese jongens gebakken.

 

Shermatank in de Gramsbergerstraat

Niet meer nodig

Als het donker wordt en er een vliegtuig over komt, worden de verschrikte mensen op hun gemak gesteld door de soldaten, die plechtig beweren, dat er alleen nog maar geallieerde vliegers in de lucht zijn te vinden. Verduisteren is niet meer nodig, zeggen zij, en meer dan ooit dringt het nu tot ons door, dat wij van “over de brug” definitief zijn bevrijd. Overal wordt gelachen en er worden souvenirs uitgewisseld. Een nichtje van mij krijgt tot haar verrassing een lap stof voor een jurk aangeboden van een Canadese aanbidder. De nacht breekt aan, de mannen moeten toch wel wat rusten, want morgen 6 April moeten zij weer verder...Als ik in de nacht van 5 op 6 April in de kamer het licht aansteek, valt mijn oog op de deuren van de bedstee, waarachter mijn ouders normaal plegen te slapen. Deze nacht werd echter doorgebracht bij mijn zuster. Er is met een stengun dwars door de bedsteedeuren geschoten. Ik denk, dat de Canadezen de Duitsers hebben achtervolgd door het huis en daarbij ook een salvo door de dichte deuren hebben afgevuurd. Ik moet er niet aan denken wat er zou gebeurd zijn als de ouwelui in ons eigen huis waren gebleven tijdens de schermutselingen.Al nadenkend kom ik tot de wonderlijke conclusie, dat wij, bewoners van “over de brug” zowel bij de bezetting door de Duitsers op 10 Mei 1940, als tijdens de bevrijding op 5 April 1945, beide keren de troepen vanaf de Esschenbruggerdijk door de Eendrachtstraat zagen oprukken richting de stad. Maar beide keren werden ze gestopt door de vernielde Bentheimerbrug. En het wonder van dit hele gebeuren is dat, afgezien van grote materiële schade aan huizen en gebouwen, de bevolking van “over de brug” zowel in 1940 als in 1945 geen haar werd gekrenkt.

Coevorden even niemandsland

Coevorden is tijdens de bevrijding even “Niemandsland” geweest. Om zes uur was de hele Eendrachtwijk gezuiverd van Duitsers en stonden de Canadezen aan de verwoeste Bentheimerbrug. ’s Avonds om ongeveer acht uur vertrokken de laatste Duitsers uit de stad. Enige jongelui hoorden, dat de Duitse commandant bij het NS-station het bevel gaf tot de aftocht naar Dalen. De jongelui, die dit bevel hoorden, namelijk Ru Muskee en Gerrit Scholte, holden naar de Bentheimerbrug en scheurden onderweg bij hotel A. Holman een wit gordijn aan flarden. Bij de Bentheimerbrug, nadat zij enige tijd met de handen omhoog hadden gestaan, konden zij mededelen, dat de Duitsers de stad verlaten hadden.


Omstreeks negen uur die avond klauterden vier Coevordenaren van de Verzetsbeweging (NBS) over de verwrongen resten van de Bentheimerbrug om contact te zoeken met de Canadezen in Coevorden-Oost. Het waren de heren S. Heys, hoofd van de Paul Krugerschool, diens zoon L. Heys, de postcommandant van de Marechaussee, A. Dilling en de landbouwer G. Wolbers. Het doel van deze tocht was onder meer om de Canadezen te bewegen de gehele stad onmiddellijk te bezetten. Men was namelijk bevreesd, en niet ten onrechte, dat de Duitsers, die in de richting van Dalen waren weggetrokken, terug zouden komen om, zoals ook wel elders was gebeurd, hun woede te koelen op de burgerij. Springend en klauterend over de resten van de Bentheimerbrug bereikte het viertal de overkant.

Amper zetten ze voet aan wal of een Canadese wacht hield hen aan. Ze werden overgebracht naar de Coöperatie, waar het wachtcommando gevestigd was. Vandaar gingen ze onder geleide van een militair door de Eendrachtstraat naar de Marechausseekazerne, waar de commandant van een Canadees tankpeloton (major Calqhoun) zijn bivak had opgeslagen. Even later kwam de fotograaf H. Bekman naar de kazerne en verleende zijn goede diensten als tolk. Tijdens het gesprek kwam er een telefoontje van de directeur van het postkantoor, de heer G.F.H. Prinsen. Hij meldde dat hij de springladingen uit de telefooncentrale had verwijderd. Even later vervoegde hij zich bij de Canadese commandant voor nader overleg. De heer Prinsen was vergezeld van de gepensioneerde luitenant-generaal T.H. de Goeien, die zich als evacué in Coevorden bevond. Het verzoek om direct Coevorden te bezetten, kon niet worden ingewilligd. De Canadese commandant wil echter van een nachtelijke bevrijding niets weten, omdat zijn manschappen oververmoeid waren. Afgesproken werd dat er s’nachts gepatrouilleerd zou worden.

Na donker was Coevorden “Niemandsland”.

FacebookTwitter Verstuur pagina Print paginaMeer...