Interview locatiemanagers opvanglocaties Oekraiense vluchtelingen

interview locatiemanagers opvanglocaties

Ook de gemeente Coevorden gaf gehoor aan de oproep om vluchtelingen uit de Oekraïne op te vangen. Op opvanglocaties in Sleen, Gees en Ossehaar vinden ze een warm en veilig onderkomen

Ver weg van de oorlog in hun vaderland. De gemeente zorgde voor locatiemanagers en locatiebeheerders. Samen zorgen zij voor een veilige en prettige sfeer op de locaties. Zo is er weer een basis voor een zo normaal mogelijk dagelijks leven. Maar wie zijn nu deze mensen? En waarom voelen ze zich betrokken? Locatiemanagers Gea Hoogeveen, Wiesje Pieterman en Pepijn Zweerink geven een inkijkje in hun werk. Ze vertellen wat hen motiveert en hoe ze invulling geven aan hun rol.

Hart voor mensen

Tot voor kort hadden Wiesje, Pepijn en Gea andere functies. Maar om er voor te zorgen dat de vluchtelingen een vast contactpersoon hebben, werd er een speciaal team ingericht. Alle leden hebben hun eigen kwaliteiten. Maar ze hebben één ding gemeen: alledrie hebben ze een groot hart voor mensen. Worden ze blij van contact met anderen. Daardoor vullen ze elkaar goed aan.

“Voor mij is ieder mens gelijk”, steekt locatiemanager Gea van wal. “Ik vind het belangrijk om contact te hebben met mensen. Om ze het gevoel te geven dat ik er voor ze ben. Dat hoeft niet altijd fysiek te zijn. Als ze weten en voelen dat je er voor ze bent, maakt dit vaak al een wereld van verschil.” Deze rol is Wiesje op het lijf geschreven. Zij is door haar voormalig manager op deze functie gewezen. Ook voor Pepijn geldt dat hij graag contact heeft met mensen. Pepijn laat weten, “Ik zag deze functie voorbij komen en het sprak mij aan. Door mijn vorige functies, heb ik de nodige mensenkennis opgebouwd. Ik ben pragmatisch ingesteld waardoor ik snel naar praktische oplossingen zoek. Erg belangrijk want je krijgt veel te maken met onverwachte praktische zaken die opgelost moeten worden.”

Thuis voelen

Als wijkconsulent bij woningcorporatie Domesta, weet Gea als geen ander hoe belangrijk het is, wanneer bewoners met hun problemen bij je terecht kunnen. Dat de drempel tot hulp laag moet zijn. “Maar dit betekent niet dat ik ze alle problemen ook meteen uit handen neem“, laat ze glimlachend weten. “Je moet duidelijk zijn over wat wij kunnen regelen en wat mensen zelf moeten oppakken. Uiteindelijk willen we het niet voor ze doen, maar samen.”
Wiesje vult aan “Wij zijn een schakel tussen de locatie en de buitenwereld. We willen de vluchtelingen ondersteunen in wat ze nodig hebben, maar het is belangrijk dat ze zelfredzaam worden. Doordat mensen zich zichzelf kunnen redden met alledaagse zaken zoals naar school, werk en boodschappen doen wordt de schakelkleiner. Nu de locaties voller worden, zie je ook dat ze elkaar helpen en opzoeken. Dit vergroot ook het thuisgevoel.“ We hopen dat we ze een thuis kunnen geven waar ze zich veilig voelen. Als ze hier in de toekomst op terugkijken, hoop ik dat ze zich veilig hebben gevoeld”, legt Gea uit.

“We hebben op de opvanglocatie in Gees een bewonersavond georganiseerd”, vertelt Wiesje. “Voor de avond hadden we een tolk uitgenodigd, zodat ze in hun eigen taal konden praten. We hebben de bewoners zelf verantwoordelijk gemaakt voor het opruimen en schoonmaken van de verschillende ruimtes. Dit versterkt ook het thuisgevoel want als je zelf schoonmaakt, ben je geen gast meer.”

Op de verschillende opvanglocaties koken de Oekraïense vluchtelingen dan ook zelf en zorgen ze gezamenlijk voor het huishouden. “Je ziet wel dat ze uit een land komen, waarin er een traditionele taakverdeling geldt. Voor de mannen was het dan ook wel even wennen om toiletten en doucheruimtes schoon te maken. Maar nu pakken ze dit ook goed op”, vertelt Pepijn.

Niet stilzitten

Om zich goed voor te bereiden, bezochten Gea, Wiesje en Pepijn ook andere opvanglocaties. Hierdoor krijgen ze een algemeen beeld van wat er allemaal komt kijken bij de opvang van Oekrainse vluchtelingen. Maar niet één opvanglocatie is hetzelfde. In Ossehaar staan woonunits. In Sleen worden de Oekraïners in een kerk opgevangen. En in Gees op een voormalig recreatiepark.
Ondanks de voorbereidingen wist het team niet wat ze konden verwachten. Zo hadden ze verwacht dat de vluchtelingen meer tijd nodig zouden hebben om tot rust te komen. Maar niks is minder waar. Alledrie verbazen ze zich erover dat de mensen juist graag al snel iets willen doen.

Gea “Ze zijn dankbaar dat ze hier zijn. Maar vergeet niet dat ze ook een heel leven achter zich hebben gelaten. Veel mensen willen gewoon iets te doen hebben. Ik sprak een jongeman die me vertelde dat als hij niks te doen had hij ging nadenken. Als hij gaat nadenken,wordt hij gek.” Wiesje: “We merken echt dat mensen iets willen doen. Uiteindelijk zijn ze hier natuurlijk ook niet met de instelling gekomen dat ze op vakantie gaan”.

In Gees hebben ze dan ook een creatieve oplossing gevonden om de vluchtelingen bezig te houden. Ze wilden graag zelf een moestuin aanleggen. Hier verbouwen de oudere vrouwen groenten. Daarbij worden ze geholpen door de inwoners van Gees. Maar ook  oude fietsen werden onder handen genomen. Pepijn licht toe “Dorpsbewoners brachten een aantal oude fietsen. De mannen zijn aan deze fietsen gaan sleutelen en hebben de verschillende onderdelen gebruikt voor het maken van een aantal goede fietsen.”

Samenwerken met de buurt

Hoewel de verschillende opvanglocaties pas een paar weken open zijn, zijn er ook al belangrijke lessen. Zo is het goed om verbinding te maken met de omgeving en aan te sluiten bij buurtinitiatieven. “Vanaf het begin hebben we dit gedaan, maar pas nu beseffen we hoe belangrijk dit is. Het is fijn als plaatselijke bewoners betrokken zijn. Daarvoor is het belangrijk om te investeren in het contact met de buurt” vertelt Wiesje.
Gea herkent dit ook “We wilden de locaties gezellig maken met verschillende huishoudelijke spullen. Daarvoor zijn we naar de kringloop gegaan. Een bewuste keuze, want zo betrek je er meer mensen bij. Tegelijk is tweedehands materiaal ook een duurzame keuze. Waardoor je dus een win-win situatie creëert”.